'God van kleine dingen' is de met de Booker Prize bekroonde debuutroman van Arundhati Roy. Het vertelt het tragische verhaal van de tweeling Estha en Rahel in het Kerala van de jaren zestig, waar een verboden liefde tussen hun moeder en een paria leidt tot een onomkeerbare ramp. Roy's poëtische proza en niet-lineaire vertelstijl maken dit tot een indrukwekkende en ontroerende roman over sociale onrechtvaardigheid en de kracht van herinnering.