9789073035157 - De wetenschap van het woord: de hersenen als zetel van de taal

De wetenschap van het woord: de hersenen als zetel van de taal

In 'De wetenschap van het woord: de hersenen als zetel van de taal' neemt George A. Miller, een van de grondleggers van de cognitieve psychologie, de lezer mee op een fascinerende reis door de menselijke geest en de oorsprong van taal. Dit boek, oorspronkelijk gepubliceerd in 1991 en nu vertaald naar het Nederlands, biedt een toegankelijke maar diepgaande verkenning van hoe taal wordt verwerkt in de hersenen. Miller combineert inzichten uit de psychologie, neurowetenschap en taalkunde om te laten zien hoe hersenstructuren zoals de cortex, Broca-gebied en Wernicke-gebied samenwerken om spraak, begrip en lezen mogelijk te maken. Hij bespreekt ook de evolutionaire ontwikkeling van taal en hoe deze unieke menselijke vaardigheid ons denken en sociale interacties vormgeeft. Het boek behandelt onderwerpen als de verwerving van taal bij kinderen, de effecten van hersenbeschadiging op taalvaardigheden (afasie), en de rol van geheugen in het begrijpen van zinnen. Miller gebruikt heldere voorbeelden en vermijdt onnodig jargon, waardoor het boek geschikt is voor zowel studenten als geïnteresseerde leken. Het werk benadrukt dat taal niet slechts een communicatiemiddel is, maar een fundamenteel onderdeel van onze cognitie. Met zijn baanbrekende onderzoek en heldere schrijfstijl heeft Miller een standaardwerk gecreëerd dat nog steeds relevant is. Dit boek is een must-read voor iedereen die wil begrijpen hoe de hersenen taal mogelijk maken en hoe taal op zijn beurt onze gedachten vormt.

Beschikbare exemplaren

€7.95
ALS NIEUW
Auteur George A. Miller
ISBN 9789073035157
Bindwijze Hardcover
Tags taal cognitieve psychologie neurowetenschap hersenen George A. Miller

George A. Miller's 'De wetenschap van het woord' is een meesterwerk dat de complexe relatie tussen hersenen en taal op een boeiende manier uitlegt. Het boek blinkt uit in toegankelijkheid: Miller slaagt erin om ingewikkelde neuropsychologische concepten begrijpelijk te maken zonder de wetenschappelijke diepgang te verliezen. Een groot pluspunt is de heldere structuur, waarbij elk hoofdstuk voortbouwt op het vorige. De voorbeelden uit de klinische praktijk, zoals patiënten met afasie, maken de theorie tastbaar. Ook de historische context, van Broca tot moderne beeldvormingstechnieken, is verrijkend. Echter, het boek is wat gedateerd; recente ontdekkingen in de neurowetenschap, zoals de rol van connectiviteit in taalnetwerken, worden niet behandeld. Daarnaast had Miller meer aandacht kunnen besteden aan de relatie tussen taal en andere cognitieve functies. De vertaling naar het Nederlands is vloeiend, maar enkele termen zijn jargon zonder uitleg. Desondanks is dit een essentieel werk voor wie taalontwikkeling en -stoornissen wil begrijpen. Het is een uitstekende introductie voor psychologiestudenten en taalkundigen, maar ook voor geïnteresseerde leken. Het boek prikkelt de nieuwsgierigheid naar hoe ons brein woorden vormt en begrijpt, en het blijft een referentiepunt in de psycholinguïstiek. Een aanrader voor wie de basisprincipes van taal in de hersenen wil doorgronden.

In 'De wetenschap van het woord: de hersenen als zetel van de taal' onderzoekt George A. Miller de neurobiologische basis van taal. Het boek begint met een inleiding over de evolutionaire oorsprong van taal en hoe deze zich verhoudt tot andere communicatiesystemen bij dieren. Vervolgens bespreekt Miller de anatomie van de hersenen en specifieke gebieden die betrokken zijn bij taalverwerking, zoals de frontale kwab (Broca-gebied) voor spraakproductie en de temporale kwab (Wernicke-gebied) voor taalbegrip. Hij legt uit hoe deze gebieden via zenuwbanen samenwerken en wat er gebeurt bij beschadiging, zoals bij afasie. De auteur gaat ook in op de ontwikkeling van taal bij kinderen, waarbij hij de theorieën van Chomsky en Skinner bespreekt, en toont aan dat taalverwerving een interactie is van aangeboren vermogens en omgevingsinvloeden. Miller behandelt de rol van het geheugen bij het begrijpen van zinnen en hoe de hersenen ambiguïteit in taal oplossen. Hij onderzoekt de relatie tussen taal en denken, en stelt dat taal niet alleen een expressiemiddel is maar ook onze cognitieve processen beïnvloedt. Het boek eindigt met een reflectie op de toekomst van taalonderzoek en de implicaties voor kunstmatige intelligentie. Miller benadrukt dat taal een complex systeem is dat diep geworteld is in de biologie van de hersenen. Het boek biedt een integrale kijk op taal van molecuul tot maatschappij, en laat zien hoe de wetenschap van het woord ons begrip van de menselijke geest verrijkt.