Van tresorier tot thesaurier-generaal
In 1387 werd het woord tresorier voor het eerst gebruikt voor de centrale financiële ambtenaar in Den Haag. Zes eeuwen lang wist deze topambtenaar in de politieke luwte beleid te helpen vormen, terwijl raadpensionarissen en later ministers dat beleid naar buiten brachten. Van tresorier tot thesaurier-generaal beschrijft de ontwikkeling van dit oude ambt: van de middeleeuwse schatkistbewaarder, via de Bourgondische en Habsburgse institutionalisering, tot de thesaurier-generaal in de twintigste eeuw.
Het boek belicht hoe de functie onder koning Willem I tijdelijk verdween en pas in 1909 weer werd opgepakt, en hoe de tresorier van de beden en de generale petitie zich verhouden tot latere financiële instrumenten. Ruim honderd illustraties ondersteunen de tekst, die is geschreven door een groep deskundigen. Het is een eerste poging dit onderbelichte beroep in kaart te brengen.
Voor wie: Voor lezers met interesse in Nederlandse bestuursgeschiedenis, financiële geschiedenis en de ontwikkeling van overheidsinstellingen.





