9789060172605 - De orgelkunst in de Nederlanden van de 16de tot de 18de eeuw

De orgelkunst in de Nederlanden van de 16de tot de 18de eeuw

  • Auteur
  • Uitgeverij-
  • Jaar-

Dit boek, getiteld 'De orgelkunst in de Nederlanden van de 16de tot de 18de eeuw', biedt een uitgebreide en diepgaande verkenning van de rijke geschiedenis en ontwikkeling van orgelmuziek in de Lage Landen gedurende drie eeuwen. Het begint met een analyse van de 16de eeuw, een periode waarin de orgelkunst floreerde onder invloed van de Renaissance, met componisten zoals Jan Pieterszoon Sweelinck, wiens werken de basis legden voor de Noord-Europese orgeltraditie. Het boek beschrijft gedetailleerd hoe de orgelbouw in steden als Amsterdam en Antwerpen evolueerde, met aandacht voor technische innovaties en de rol van orgels in kerken en openbare ruimtes. Vervolgens gaat het in op de 17de eeuw, waarin de Barokperiode zijn stempel drukte op de muziek, met nadruk op emotionele expressie en complexe contrapuntische structuren. Hier worden componisten als Jacob van Eyck en hun bijdragen aan de sololiteratuur voor orgel belicht, evenals de invloed van politieke en religieuze veranderingen, zoals de Reformatie, op de orgelpraktijk. Het boek behandelt ook de 18de eeuw, een tijd van verfijning en transitie, waarin de orgelkunst zich aanpaste aan nieuwe esthetische idealen, met voorbeelden uit de werken van minder bekende meesters en de impact van de Verlichting op muzikale composities. Daarnaast onderzoekt het de sociale context van orgelspel, inclusief de opleiding van organisten, het gebruik van orgels in liturgie en concerten, en de wisselwerking tussen Nederlandse en internationale stromingen. Het sluit af met een reflectie op de erfenis van deze periode voor de moderne orgelcultuur, waarbij het belang van historisch bewustzijn voor hedendaagse uitvoeringen wordt benadrukt. Dit alles wordt ondersteund door gedetailleerde analyses van partituren, iconografisch materiaal en archiefstukken, waardoor het een onmisbare bron is voor musicologen, organisten en liefhebbers van oude muziek.

Beschikbare exemplaren

€8.95
GOED
Naam op voorblad geschreven. Stofkaft is iets verkleurd. Verder is het boek in prima staat.
ISBN 9789060172605
Bindwijze Hardcover
Tags orgelkunst Nederlandse muziekgeschiedenis 16de eeuw 17de eeuw 18de eeuw

Dit boek verdient lof voor zijn grondige onderzoek en heldere presentatie van de orgelkunst in de Nederlanden, waarbij het sterke punten zoals de uitgebreide dekking van historische context en technische details naar voren brengt. De auteur slaagt erin om complexe muzikale concepten toegankelijk te maken voor een breed publiek, met name door de levendige beschrijvingen van orgelbouw en compositietechnieken die de lezer meenemen op een reis door de tijd. Echter, een zwak punt is het gebrek aan vergelijkende analyses met andere Europese tradities, wat de bredere relevantie enigszins beperkt en mogelijk leidt tot een ietwat geïsoleerd perspectief. Bovendien, hoewel de rijkdom aan voorbeelden en anekdotes de tekst verrijkt, kan de overvloed aan details soms overweldigend aanvoelen voor lezers zonder voorkennis, wat de leesbaarheid in bepaalde passages vermindert. Desalniettemin weegt de diepgaande behandeling van onderwerpen zoals de invloed van Sweelinck en de evolutie van orgelregistratie op tegen deze minpunten, waardoor het boek een waardevolle bijdrage levert aan de musicologische literatuur. De recensie benadrukt dat, ondanks enkele tekortkomingen in structuur, de passie voor het onderwerp en de zorgvuldige documentatie het tot een essentieel werk maken voor serieuze studenten en professionals in het veld.

Dit boek biedt een uitgebreide samenvatting van de ontwikkeling van de orgelkunst in de Nederlanden van de 16de tot de 18de eeuw, beginnend met de Renaissance-periode waarin componisten als Jan Pieterszoon Sweelinck baanbrekende werken creëerden die de basis vormden voor de Noord-Europese orgeltraditie. Het verhaal beschrijft hoe orgels evolueerden van eenvoudige instrumenten tot complexe meesterwerken, met aandacht voor technische innovaties in steden als Utrecht en Gent, en de rol van orgelmuziek in religieuze en seculiere settings. In de 17de eeuw, tijdens de Barok, legt het boek de nadruk op de emotionele diepte en contrapuntische rijkdom in composities, waarbij figuren zoals Jacob van Eyck worden geanalyseerd voor hun bijdragen aan de sololiteratuur. Vervolgens behandelt het de 18de eeuw, een tijd van verfijning onder invloed van de Verlichting, met beschrijvingen van hoe orgelspel zich aanpaste aan nieuwe esthetische normen en de opkomst van publieke concerten. Het volledige verhaal omvat ook de sociale en politieke invloeden, zoals de impact van de Reformatie op orgelgebruik in kerken, en sluit af met een reflectie op de blijvende erfenis van deze periode in de moderne muziekpraktijk, waarbij het belang van historisch inzicht voor hedendaagse uitvoeringen wordt benadrukt.