Zeeuwen en de Westindische Compagnie (1621-1674)
Dit historische werk 'Zeeuwen en de Westindische Compagnie (1621-1674)' biedt een diepgaande analyse van de cruciale rol die Zeeuwse kooplieden, reders en bestuurders speelden in de oprichting en ontwikkeling van de Westindische Compagnie tijdens haar eerste halve eeuw van bestaan. Het boek onderzoekt hoe de Zeeuwse provincie, met haar strategische ligging aan de Noordzee en haar maritieme tradities, een onmisbare bijdrage leverde aan de Nederlandse expansie in de Atlantische wereld. Auteur en onderzoeker duiken in archiefmateriaal om de complexe economische, politieke en sociale netwerken bloot te leggen die de Zeeuwse betrokkenheid bij de slavenhandel, plantagekoloniën en kaapvaart kenmerkten.
De studie begint met de oprichting van de WIC in 1621 en plaatst deze in de context van de Tachtigjarige Oorlog en de Nederlandse strijd tegen het Spaanse rijk. Vervolgens wordt gedetailleerd ingegaan op de Zeeuwse investeringen in de compagnie, de organisatie van handelsexpedities naar West-Afrika, de Caraïben en Brazilië, en de impact van deze activiteiten op de regionale economie van Zeeland. Het boek belicht ook de persoonlijke verhalen van Zeeuwse families die fortuin maakten of juist failliet gingen in de riskante ondernemingen van de WIC.
Daarnaast analyseert het werk de bestuurlijke structuren binnen de Zeeuwse kamer van de WIC en haar interacties met de andere kamers in Amsterdam, Rotterdam en andere steden. Er is aandacht voor de militaire operaties, zoals de verovering van Nederlandse forten in Afrika en de strijd om suikerplantages in Brazilië, waarbij Zeeuwse soldaten en zeelieden een prominente rol vervulden. Het boek sluit af met de hervormingen van de WIC in 1674, die een einde maakten aan de eerste compagnie en de Zeeuwse invloed opnieuw definieerden in de context van veranderende geopolitieke verhoudingen in Europa en de koloniën.