Glad en wijd ligt het ijs
Een Hollandse winter wordt pas echt bijzonder wanneer grachten, meren en plassen dichtvriezen en er lange tochten op natuurijs geschaatst kunnen worden. Die schaatstraditie is diep verankerd in de Nederlandse cultuur en weerspiegelt zich in de literatuur. De oudst bekende dichtregels over schaatsen werden in 1264 geschreven door Jacob van Maerlant, en sindsdien is het schaatsgedicht niet meer weg te denken uit onze letteren.
Glad en wijd ligt het ijs is een gevarieerde bundel schaatsgedichten met ernstige, romantische en nostalgische poëzie van dichters als Bredero, Constantijn Huygens, Obe Postma, Johan Dèr Mouw, Toon Tellegen en Anna Enquist. De bundel brengt de mooiste gedichten over schaatsen uit de Nederlandse en Friese literatuur samen, gekozen door Max Dohle en Ben van der Burg.
Voor wie: Voor liefhebbers van poëzie en van de Nederlandse schaatstraditie, en voor lezers die zich willen verdiepen in de literaire geschiedenis van het schaatsen.





